0 Flares Twitter 0 Facebook 0 Google+ 0 LinkedIn 0 Pin It Share 0 Email -- Buffer 0 0 Flares ×

Jaargang 2, aflevering 100, donderdag 26 juli 2018

 

 

 

ZE KOMT NIET MEER

 

    ‘Wil je stilstaan, zo krijg ik de bovenste knoopjes van je overhemd niet dicht!’
Hij wilde iets terug zeggen maar deed het niet. Bang om nog meer grieven van de zuster te moeten aanhoren besloot Gerritje dan maar zijn adem in te houden en niet te slikken. Op de meeste dagen vond hij haar wel lief, maar soms deed ze zo… Hij zocht naar een woord maar vond het niet.
‘Was het gisteren zondag?’ vroeg hij, het intussen erg benauwd krijgend van het gewriemel in de buurt van zijn keel.
Het antwoord was net zo kort als hij verwachtte.
‘Ja.’

‘En vandaag weer.’
‘Ja. Nu weer.’
‘Hoe kan het dan dat het vandaag weer zondag is?’
Op die vraag had zuster Innocentius gerekend.
‘Waarom vraag je dat? Natuurlijk kan dat,’ antwoordde ze, druk bezig Gerritjes overhemd in zijn broek te proppen. ‘Bij ons wel. Het is vandaag Sacramentsdag en dus zondag. Bovendien, jongetjes van vijf jaar horen alleen te antwoorden wanneer ze iets gevraagd wordt. Én ze horen altijd met twee woorden te spreken. Hebben ze je dat thuis soms niet geleerd?’
‘Ja. Ik bedoel: nee zuster,’ sprak de jongen beteuterd.
‘Waarom niet?’
‘Ik heb geen thuis. Ik woon toch hier?’
De woorden overvielen haar.
‘Ik haat zakcementsdag. En zondag. Zondag is een… rotdag,’ sprak hij boos. ‘Op zondag moet ik altijd mijn mooie kleren aan en mag ik nooit buiten spelen.’
‘Klopt. Zondag is de Dag des Heren. Dan wordt er niet gewerkt of gespeeld. Op zondag mag je van Hem uitrusten.’
‘Ik ben niet moe. Waarom moet ik deze kleren vandaag dan wel aan?’
‘Vandaag komt je moeder, wist je dat niet meer? Ik hoorde het van de hoofdzuster. Daarom moet je er netjes bijlopen. Anders kun je niet mee.’
In een poging een beeld van haar te krijgen keek hij de zuster half ongelovig aan. Hij had al lang niets meer van zijn moeder gehoord of gezien.
‘Echt? Komt ze nu wel? Hoe laat dan?’
‘Dat weet ik niet precies. Gewoon, straks.’
‘Hoe laat is straks?’
‘Over een uurtje. Ze moet eerst met de tram hierheen komen,’ antwoordde de zuster in een poging zijn schoenveters in een strik te knopen. ‘Daarna is het van de halte nog een stuk lopen en dan pas is ze hier.’
Zuster Innocentius wist heel goed dat het allerminst zeker was wat ze zei. Ook dat ze diep van binnen het kereltje wel mocht en dat liegen binnen de congregatie niet mocht. Ze had met hem te doen. De vorige keer, afgelopen zondag, wist ze, was de zesde keer op een rij dat de moeder van Gerritje ondanks haar beloften en zonder reden opeens niet meer van zich had laten horen en ook niet meer was komen opdagen. Totdat ze gisteravond opeens belde met de mededeling dat hij vanmiddag door haar zou worden opgehaald.
‘Als ze komt, mag ik dan gelijk mee naar buiten?’ vroeg Gerritje hoopvol.
‘Natuurlijk,’ gaf de zuster blijmoedig toe. ‘Daarom heb je nu ook je zondagse kleren aan.’
Als dat zo was dan zat daar wat wat in, vond Gerritje. Net zoals hij een hekel had aan zondagen had hij een hekel aan zijn zondagse pak. Vooral aan het strikje en het bovenste knoopje van zijn overhemd. Die zaten veel te strak om zijn hals zodat hij het regelmatig benauwd had en regelmatig het gevoel kreeg alsof hij stikte.
‘Morgen ook?’
‘Dat denk ik niet,’ antwoordde ze. ‘Je moeder is druk met haar werk. Daardoor heeft ze denk ik geen tijd om voor je te zorgen. Daarom woon je ook hier.’
Daar moest Gerritje verder over nadenken.
‘Voor altijd?’
Zuster Innocentius veinsde een glimlach. Ze mocht de jongen graag en wenste dat hij daarom stopte met het stellen van dat soort vragen. De meesten ervan kon ze toch niet beantwoorden wist ze, al wilde ze dat diep van binnen wel. De familie van het kind gaf immers nooit thuis.
‘Niet voor altijd. Dat kan niet. Wees even braaf en sta stil, dan kan ik je haar kammen.’
Met een knik stemde hij in.
‘Waarom niet, zuster?’
‘Omdat je straks te oud bent. Dan moet je weg. Naar je moeder, of anders naar een ander tehuis.’
‘En als mijn moeder nog steeds niet thuis is of niemand anders wil mij hebben?’
‘Dan moet je naar een weeshuis. Dat is een plek waar kinderen wonen zonder moeder of vader. Of allebei.’
Dat zette Gerritje aan het denken. Tranen welden op achter zijn ogen en zijn onderlip begon te trillen.
‘Ik heb wel een moeder, zuster.’
‘Ja,’ antwoordde zuster Innocentius. ‘Jij hebt wel een moeder.’
‘En straks mag ik met haar mee.’
De zuster knikte. ‘Kom, we gaan alvast naar beneden.’
Daar aangekomen, in de hal op de begane grond zette ze Gerritje neer op een bank, recht tegenover de grote voordeur.
‘Kijk Gerritje,’ zei ze, wijzend op de deur. ‘Nu goed opletten. Daardoor komt straks je moeder om je op te halen. Dus niet weglopen. Aan het eind van de middag brengt ze je weer terug. Veel plezier met zijn tweetjes.’
Toen de zuster weg was voelde Gerritje zich een beetje onzeker worden. Eigenlijk wist hij niet zo goed meer hoe zijn moeder er precies uit zag. Wel ongeveer. Dat kwam door de hoofddoek die ze steeds droeg, stelde hij vast. Ook hoe ze klonk was hij vergeten, bedacht hij.
Het fijnst vond hij het, voor zover hij het zich kon herinneren was als ze hem vroeg waar hij heen wilde, dan koos hij zonder na te hoeven denken voor de film. Daar, in het donker onder het kijken naar het grote witte scherm waarop mensen en dingen uit zichzelf bewogen voelde hij zich het prettigst. Dichtbij zijn moeder, naast haar zittend met een zakje Treets in zijn hand kon hij haar horen lachen en als het even stil was zelfs horen ademen. Hij kon haar zelfs ruiken, veel lekkerder dan de zusters. Die roken raar, naar schoonmaakmiddel, vond hij. Behalve zuster Innocentius.
De uren kropen voorbij. Inmiddels was het drie uur ‘s middags geworden en waren een aantal kinderen door hun moeder opgehaald, maar die van hem was er niet bij.
Toen de klok boven de deur aangaf dat het al weer vijf uur was geweest zat hij er nog steeds.
‘Ben je al terug?’ vroeg de zuster verbaasd bij het van de trap af komend toen ze Gerritje daar nog steeds zag zitten.
Met zijn ogen vol tranen, heftig nee-knikkend stoof hij van de bank af, recht in haar armen.
‘Ze komt niet meer,’ antwoordde hij snotterend. ‘Ik blijf voortaan bij jou. Jij bent mijn moeder.’

Wil je nog meer van dit soort verhalen lezen? Abonneer je dan op de nieuwsbrief door hier te klikken. Je kunt jezelf ook abonneren op het wekelijks ontvangen van een nieuw verhaal in je mailbox. Daarvoor klik je hier.

Vind je het leuk te worden voorgelezen? Ben Midland is op YouTube! Klik hier om naar zijn kanaal te gaan.

  

 

 

 

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *