0 Flares Twitter 0 Facebook 0 Google+ 0 LinkedIn 0 Pin It Share 0 Email -- Buffer 0 0 Flares ×

Jaargang 3, Kronkeling 102, donderdag 9 augustus 2018

 

 

SENHOR FRANCISCO

 

Op dezelfde kamer van het ziekenhuis waar ik wegens gezondheidsklachten een paar dagen ben opgenomen, ligt naast mij een man van wie je zou kunnen zeggen dat hij een eenzijdige aanvaring heeft gehad met het noodlot. In zijn troebele ogen ligt voortdurend een blik van pijn begraven met daarbij erin opgesloten een melancholiek soort berusting, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is dat het juist hém weer moest zijn overkomen. Je hebt van die mensen.
Uit zijn goedhartige oogopslag is op te maken dat hij de dagen zat is. Die van hem dan, wel te verstaan. Niet de mijne, want ik moet nog even door. Met zijn amper drie turven lang, Portugees van geboorte en ondanks een geamputeerd linkeronderbeen het anderhalve meter lange ziekenhuisbed volledig vullend verdrijft hij vanonder zijn snor de tijd, kreunend, noodgedwongen met het doen van volstrekt niets, een voor mij schier onbegrijpelijk anti-festijn omdat ik altijd zonodig iets nuttigs om handen moet hebben.
Heeft men hem nodig, dan luistert hij indien het hem welgevalt, naar de naam Senhor Francesco. Afgezien van zijn schijnbare volledige inertheid is Senhor Francesco wel degelijk in staat tot het doen van iets, en wel van dingen die niet mogen of de constante irritatie van de zusters oproept. Dat doet hij grotendeels onmerkbaar onder het laken door bijvoorbeeld het verband van zijn andere, enig overgebleven beschadigde voet te verwijderen want zijn andere voet bestaat allang niet meer. De reden is te lezen aan de hand van de getatoeëerde data op zijn rechterarm die meldt dat hij tussen ‘73 en ‘75 in Angola was waar hij aan het front heeft gevochten.
Sinds zijn karma heeft ontdekt dat aan het uiteinde van een kabel boven zijn hoofd een knop zit waarmee hij de zusters naar believen voor niets kan oproepen, zijn de spruiten gaar. Wat daarna volgt is een reeks uitbranders op zijn Portugees aan Senhor Francesco’s adres, temperamentvol en zeer luid en duidelijk hoorbaar over de gangen.
Volgens een zuster delen wij dezelfde leeftijd wat goed mogelijk, maar niet zichtbaar is. Nordisch eikenhout is kennelijk minder flexibel dan Iberisch scharrelstruikenhout maar ziet er duurzamer uit. Het oog wil ook wat.
Twee keer per dag rinkelt zijn oude Nokia die, ruim voordat hij erin slaagt zich met luier en al aan de boven zijn bed hangende beugel overeind te hijsen, daarbij de katheter met bijbehorende zak, slang, drie infusen en het zuurstof niet allemaal tegelijk over het hoofd ziend, er voortijdig mee stopt, net voordat hij het kreng uiteindelijk te pakken krijgt. Tenminste, als hij tussendoor, zichzelf onder een laken verstoppend niet zelf weer op de verkeerde knop, de rode, heeft gedrukt.
Iedere keer wanneer het ding zijn lawaaitoon produceert en ik de bij voorbaat mislukte poging tot redderen wat er te redderen valt, aanschouw, vraag ik mij af wat zijn familie die het kennelijk niet laten kan hem lastig te vallen of zelfs maar geen notie hebben van wat ze ermee teweeg brengen, in vredesnaam bezielt om zo’n man iedere keer lastig te moeten vallen, want het apparaat houdt overeenkomstig de wetten der logica zijn muil precies er dan mee op, nog net voordat hij het kan pakken.
Ik merk bij mijzelf dat het mij hartgrondig boos maakt, maar dat komt omdat ik als pragmaticus niet ben opgewassen tegen in zulke gevallen volstrekt zinloos gestelde vragen als “Heb je vanmorgen je tanden wel gepoetst” aan een terminale patiënt die net zijn codicil heeft ondertekend.
Van bij ziekenhuizen voorgeschreven rust op de gangen is overigens geen sprake. Een Siciliaanse kermis komt dichterbij in de buurt. Zusters kibbelen en bekvechten kakofonisch als oude wijven over dingen op een toon en volume waarvan een hond bevriest wat tijdens het opkomen van de zon begeleid wordt door het gekerm een armee van uit hun verplichte roes ontwaakte, vanwege vroegtijdige ouderdom lamenterende patiënten en hun voorwereldlijk gesnotborrel en ongerepte niesbuien. Een van hen, een met het uiterlijk van een zich wit geschrokken geest wegens ontsnappingspogingen aan zijn bed gekluisterd een paar kamers verderop gelegen oude man roept de hele dag beurtelings: “Olé!!” en: “Portuguese!!”
Bezoek voor Senhor Francesco komt zelden en is beduidend minder geworden nadat de familie te horen kreeg dat er niet meer voor de man inzit dan wat de ziekenhuiskeuken hem dagelijks verschaft: een keihard broodje met suiker, “knarsham” geheten op zijn Haags. De rest gaat naar de varkens.

Wil je nog meer van dit soort verhalen lezen? Abonneer je dan op de nieuwsbrief door hier te klikken.

Vind je het leuk te worden voorgelezen? Ben Midland is op YouTube! Klik hier om naar zijn kanaal te gaan.

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *