0 Flares Twitter 0 Facebook 0 Google+ 0 LinkedIn 0 Pin It Share 0 Email -- Buffer 0 0 Flares ×

Jaargang 3, Kronkeling Nr. 103, donderdag 16 augustus 2018

 

 

 

APOCALYPSE NOW (I)

 

    ‘Ik wed dat van al deze mensen die hier zitten er geen enkel een beetje besef heeft van persoonlijke hygiëne,’ sprak mijn vrouw afkeurend bij het zien van de menigte. ‘Kijk nou!’
Ze doelde onopvallend op een doodziek uitziende, voortdurend ongegeneerd voor zich uit hoestende man met meer dan alleen een vale gelaatskleur op zijn gezicht, slechts een paar meter van ons verwijderd. Hij was zijn gesnotter en geblaf kennelijk meer dan zat want moeite om de vloed binnenboord te houden ondernam hij niet meer.
‘Aan zijn kleur te zien kan die vent elk moment ter plekke komen te overlijden,’ vervolgde ze. ‘Dit ziekenhuis klopt voor geen meter. Zoals hij zitten ze er allemaal bij. Het vooraf uitreiken van mondkapjes bij de ingang zou hier geen slecht idee zijn.’
Omdat ik mij de laatste weken te midden van een griepgolf niet lekker voelde en mijn huid een gele kleur vertoonde, had ik om meer duidelijkheid te krijgen over wat ik mankeerde, uren daarvoor het besluit genomen om een bezoek te brengen aan de huisartsenpost bij ons in de buurt, waar ik, nadat bloed bij mij was afgenomen ik met spoed naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis werd verwezen.
Bij binnenkomst in de hal bleek de eerste hulpafdeling te bestaan uit een hoekje achter een gordijn waar een aan een tafeltje gezeten intake-zuster gezeten de inkomende patiënten eiste te zien, en aan haar gebaren te merken, ze de taak had gekregen ze te inspecteren.
‘Mag ik uw vinger hebben?’ vroeg ze toen het mijn beurt was in het Engels.

Omdat ik daar voor het moment geen bezwaar in zag voldeed ik aan haar verzoek, waarna ze hem in een plastic hoesje stak met aan het uiteinde een apparaat om met dezelfde vlijt iets in mijn oor te steken dat driemaal piepte. In dezelfde beweging trok ze uit een lade een oranje bandje dat ze strak om mijn pols bevestigde.

‘U mag daar weer gaan zitten tot u wordt opgeroepen,’ snauwde ze, wijzend op een paar dozijn rijen goor uitziende banken met daarop gezeten de ons al bekende, zwaar blaffende, hun bacillen om zich heen sproeiende meute.
‘Hè? Jij hebt oranje,’ sprak mijn vrouw. ‘De meesten die hier zitten hebben een geel of een groen bandje. Wat zou het verschil zijn?’
‘Een wraakactie vermoed ik, opgezet vanuit Paleis Noordeinde’, antwoordde ik semi-gevat. ‘Ze hebben mij eindelijk door. Ik krijg straks de slechtste behandeling ooit.’
‘Dat heb je dan over jezelf uitgeroepen,’ lachte ze. ‘Als Republikein lusten ze je inmiddels rauw.’
‘Zou het? Die vrouw daar heeft groen, maar ziet ze er veilig uit? Maar het zou kunnen dat ze pseudo-somatisch is, in welk geval het klopt. Geel, dat zijn dan de twijfelgevallen.’
‘Dat wordt straks lachen,’ zei ze, de tekst op mijn bandje bekijkend. ‘Ze hebben al je doopnamen overgenomen op het bandje. Daar komen ze nooit uit.’
Drie uur later bleek ze het bij het juiste eind te hebben, toen uit een onzichtbare speaker de vraag klonk of ene Joekoboes zich wilde melden bij de bloedafnamezaal. Alleen.
‘Ik mag niet mee naar binnen,’ liet mijn vrouw mij weten. ‘Ik zie je straks wel weer.’
In de zaal, wat op het eerste gezicht nog het meest weghad van een pitstop voor deelnemers aan de 24-uursrace van Le Mans voor rolstoelgebruikers gedurende hun plaspauze, werd ik uitgenodigd plaats te nemen in een daarvoor bestemde schietstoel. Voor ik er erg in had was ik zes buisjes bloed armer en kreeg ik een infuus in mijn linkerarm geschoten met daaraan een zak met erin een zoutoplossing.
‘Wat gaan ze met je doen,’ vroeg mijn vrouw die ondanks de haar de toegang ontzeggende beveiliger zich normaal nooit door niemand laat tegenhouden.
‘Ik weet het niet, maar het lijkt serieus te worden,’ antwoordde ik. ‘We zullen het straks wel te horen krijgen.’
“Straks” is in Nederland een redelijk begrip. In landen zoals Portugal daarentegen staat het voor de periode waarin een regering kan vallen, opnieuw gekozen worden waarna vanwege verkiezingsfraude een coup ‘d’État plaatsvindt en de ontstane dictatuur vervolgens opnieuw omvalt.
Om 0.00 uur zaten we er nog steeds, dit keer met toestemming herenigd in de wachtkamer nadat de bloedzuster met de zak infuus had geknoeid. Om ons heen lagen, hingen en zaten op en over de banken door de diverse griepvirussen de elkaar er voortdurend mee besmettende inwoners van het land waar het was of de zwarte dood er opnieuw was uitgebroken. Als de op dat moment voor het eerst er binnenkomende nieuwe bezoeker een nietsvermoedende buitenlander was geweest was hij in de stellige mening hebben verkeerd op de set van een Amerikaanse rampenfilm te zijn terechtgekomen.
‘Straks staan ze allemaal als een man op en blijkt het nep te zijn,’ merkte ik vol walging op in de richting van mijn vrouw bij het horen van het uit de toiletgroep opstijgende gerochel. ‘Net als in die videoclip van Michael Jackson. Ze grimeren is niet nodig.’
‘Deze hele vleugel sluiten en ontsmetten, dat is nodig,’ vulde ze aan. ‘Er komt hier vast nooit inspectie.’
‘Tot hoe laat moeten we eigenlijk blijven we wachten,’ vroeg ik na een uur aan een voorbijsnellende, als dokter vermomde patiënt die achteraf bonafide bleek te zijn. ‘Ik ben hier al sinds vijf uur vanmiddag. Zo schiet het niet op.
    ‘Er komt zo een collega van mij bij u, meneer,’ sprak de man vriendelijk. ‘Het is gewoon een kwestie van op uw beurt blijven wachten.’
Toen het drie uur ‘s nachts was geworden vonden we het welletjes en verlieten we heimelijk, ik met nog steeds het infuus in mijn arm gestoken via de eerste hulp uitgang, onder het wakend oog van de bewaker het ziekenhuis waar nog steeds dezelfde mensen zaten die we er sinds de middag ervoor hadden gezien.

 

(Wordt vervolgd)

 

 

Wil je nog meer van dit soort verhalen lezen? Abonneer je dan op de nieuwsbrief door hier te klikken.

Vind je het leuk te worden voorgelezen? Ben Midland is op YouTube! Klik hier om naar zijn kanaal te gaan.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *