0 Flares Twitter 0 Facebook 0 Google+ 0 LinkedIn 0 Pin It Share 0 Email -- Buffer 0 0 Flares ×

Jaargang 3, Kronkeling Nr. 106, donderdag 6 september 2018

 

 

DRANG

 

In het voorjaar, meestentijds rond Pasen, en dan op zulke momenten waarop ze mij het slechtst uitkomen, word ik gegrepen door een curieuze drang. Gratis, dat weer wel.
De oorzaak van het defect -de drang is inmiddels ondraaglijk- kan in vergelijking met andere gratis Hollandse dagbestemmingen inferieur worden genoemd, zelfs minder nog dan de op TV ons gratis door fabrikanten van gehoorapparaatjes of opticiens aangeboden klok. Instituten als kinderjaren en het journaal vind ik sowieso ongeschikt om door op winst beluste firma’s te worden geaccrediteerd.
In het Duits krijgt het woord drang de klank als een begeerte naar iets, “ein unvollendete.” Die van mij daarentegen is klar definiert, afkomstig uit de jaren zeventig als gevolg van een psychose uit een unnachgiebig starre houding van mijn opvoeders wat ik jammer vind omdat ik die nadien nooit heb kunnen analyseren.
U begrijpt inmiddels dat het hier niet gaat om onverwerkt kinderleed, of onbevredigde materiële verlangens. Daarin moet ik u teleurstellen.
Mijn prive-psychose betreft de onbedwingbare dwang alsnog de Keukenhof in Lisse te moeten bezoeken.
Dit behoeft uitleg.
Dat het ondanks dat tot nu toe nog steeds niet van een bezoek is gekomen is te wijten aan het bestaan van de psychose zelf en een menselijk fenomeen: het wegblijven bij een vaste bezienswaardigheid om de reden dat je het object op elk gewenst ogenblik daarna alsnog kan bezoeken.
In dit geval was de oorzaak van het uitstel de afwezigheid van enig talent voor rijvaardigheid en anticiperingsvermogen van mijn stiefvader. Hij was in de jaren zeventig de laatste Nederlander die -met de hakken over de sloot- op zijn eenenveertigste zijn rijbewijs wist binnen te halen, tot schrik van mijn moeder, bang als ze was dat hij direct goud uit zijn roze papiertje wilde slaan, wat inderdaad gebeurde.
‘Zondag is het zover. We gaan naar de Keukenhof,’ meldde hij opgetogen.
‘Zondag al?’ pruttelde mijn moeder.
‘Waarom niet. Wie houdt ons tegen?’
‘Is dat nu wel verstandig,’ vroeg ze. ‘Je hebt nog geen enkele ervaring.’
‘Dat komt onderweg vanzelf wel,’ zo luidde zijn weerwoord. ‘Als we verkeerd rijden merken we dat vroeg genoeg.’
Waar ook wat op aan te merken viel waren zijn zenuwen. Ter hoogte van het halverwege de A12 gelegen tankstation ging het mis toen het raam van het portier aan mijn kant in honderden stukjes glas uiteenviel en ter plaatse kon worden gerepareerd met behulp van een stuk van ma’s tussen de rubbers ingeklemde regenponcho. Lezers zal het intussen zijn opgevallen dat als met de A12 en Den Haag als gekozen vertrekpunt de route is naar de Keukenhof, Arnhem eerder als doel in zicht komt.
Bij Woerden vielen de zenuwen van mijn stiefvader die door het puntje van zijn tong buitenboord te steken, niets van zijn miskleun wilde laten merken, pas goed op. Bij het bord Afslag Alphen a/d Rijn wist hij alsnog achteraan aan te sluiten bij de uitlaatgassen van andere auto’s met de Keukenhof in het vizier, herkenbaar aan de verveelde gele sticker op de blikken achterruit.
‘Wat wordt het hier opeens druk,’ merkte mijn moeder op, wakker geschrokken door het kabaal  afkomstig uit een radio van een pal naast de weg geparkeerd Oud-Hollandse frietkraam. “…Naar de bollen,’ klonk het.
Aanleiding voor haar was het zien van de van twee kanten tegelijk zich op dezelfde weg als waar wij op reden zich er tussen wurmend rijen auto’s.
‘Waar moeten al die mensen naartoe?’
‘Naar waar wij en de rest van het land juist vandaag ook allemaal naartoe schijnen te moeten moeders,’ liet Pa sarcastisch geworden weten. ‘Dat gezin voor ons ook. Dat is toevallig. En die daarvoor…’
‘En alles dat achter ons rijdt,’ liet ik na een blik uit de achterruit weten.’
‘En de rest. Alle Duitsers, Belgen, Fransen, zes touringcars vol Japanners, twee met Zweden, Denen, en vier vol met bejaarden,’ meldde mijn halfzus ongevraagd, vanaf de achterbank bezig met het smeden van onze plannen: het aanvallen van het restaurant. Als altijd hongerige puber had ik zo mijn eigen ideeën over het identificeren en vangen van geschikt “wild.”
    ‘Zo wordt het niks. We kunnen beter omkeren en het op een andere dag nog eens proberen,’ gaf hij ten slotte uren later toe.
‘Ja. Het liefst op maandagmorgen,’ probeerde ik.
‘Dat zou je wel willen,’ was pa’s antwoord die de BMW voor ons in een beweging dezelfde rij waarin wij stonden zag verlaten.
‘Waarom ook niet? De Keukenhof is dan wel aan het eind van deze weg, hemelsbreed nog steeds 2,4 kilometer maar als er niets veranderd blijft hij onbereikbaar.’Bruusk gooide hij het stuur om zodat hij zonder te kijken achteruit een stuk van de andere stoep moest nemen, daardoor tegen een draaiorgel aanreed dat toepasselijk het nummer “Naar de bollen,” van Louis Davids uit zijn binnenste liet horen die hij daar kennelijk niet verwachtte, vernielde twee daar volgens het bordje door de Keukenhof aangeboden cementen bloembakken vol trompetnarcissen en voort ging het weer, dit keer in tegenovergestelde richting waar de voorste wagen van het ons nu tegemoet rijdende bloemencorso verscheen. Gelukkig bleek de optochtleider in ons geval erg coulant. We mochten van hem zomaar de rijen auto’s verlaten en zomaar doorrijden als het maar in de richting van de snelweg was.
Uren na thuiskomst zat Louis Davids deuntje nog steeds in mijn hoofd.
“Naar de bollen, naar die rottige bollen…”

Wil je nog meer van dit soort verhalen lezen? Abonneer je dan op de nieuwsbrief door hier te klikken.

Vind je het leuk te worden voorgelezen? Ben Midland is op YouTube! Klik hier om naar zijn kanaal te gaan.

 

 

  

 

 

 

4 thoughts on “DRANG

  1. Heerlijk verhaal weer. Mij houden altijd ál te commerciële – vermeend cultuur – uitingen af en op afstand ván dit soort plaatsen. Geef mij maar Groenland 😉 of een verborgen Portugese tuin, waar men nog zo eens iets spannends als een schorpioen kan ontwaren. Weg van de snelweg..

  2. Heerlijk verhaal weer. Ik hield en hou mij graag zéér afzijdig van ál te commerciële uitingen binnen culturen. Geef mij maar Groenland, of een verborgen tuin in Portugal, waar men nog zo iets onvermoed als een schorpioen ontwaren, kan. Weg van de snelweg.

    1. Dank je wel, Tom. Ik was van plan om als bij wijze van briefwisseling een reeks korte verhalen te plaatsen met als onderwerp recente gebeurtenissen in mijn leven dat, nu ik niet meer kan lopen, een andere kant van het ‘zijn’ laat zien, met als aanhef ‘Amice’ (hoe kan het ook anders). Gebondenheid aan bed, praktische, daaraan verbonden filosofische zaken en redeneringen….
      Aan jou gericht dus. Binnenkort deel 1.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *