0 Flares Twitter 0 Facebook 0 Google+ 0 LinkedIn 0 Pin It Share 0 Email -- Buffer 0 0 Flares ×

Brieven I

 

 

VAN VADERS EN VUURLUIKEN

 

Amice,

 

Het is met een ingetogen vertoon van jolijt dat uw vriend en toegewijd correspondent zich deze keer tot u richt na uw uiterst belangwekkende zaken aan mij ter kennis te hebben gegeven.
Vanmorgen, het kan een kwartier maar evengoed ook een half uur zijn geweest, in ieder geval ruimschoots na het krieken, zoals ik het rumoerige moment van de dageraad waarop lastige ouden van dagen in de straat hun honden voeren met brood en botten noem, toen mijn zoon die al eerder “op” was, meldde dat meneer pastoor in hoogst eigen persoon in het keukenraam was verschenen!…
Het is vanaf deze plek dat ik met grote nuchterheid weet te stellen dat pastoors, ingerekend andere gezagsdragers van geestelijke aard zich normaal gesproken zelden of nooit op deze wijze aan hun kudde tonen. U zult zich dus mijn opwinding kunnen voorstellen, wetende dat ondergetekende niet praktiseert als gelovige binnen de Rooms-katholieke kerk en om die reden Zijn volgelingen of afspiegelingen van Hem naar verderop gelegen plekken verwijst. Daarnaast zult u zich mijn nog grotere opwinding voor moeten stellen als ik u bericht dat zijn verschijning niet alleen hemzelf betrof, maar werd vergezeld van de heer Leo Ferro, dorpssmid van Ferreiras.

Amice, ik pas ervoor u te vertellen hoe de zaken in zowel het aetherische alswel dit ondermaanse in elkaar steken. Gij weet evenals ik hoe de dingen die wij kunnen waarnemen zich soms zo ongelijksoortig kunnen voordoen, in verscheidenheid verkeren, kortom, gij weet zowel van de hoed als de rand. Met andere woorden: wij noemen elkaar geen imbeciel. Luttele, vooreerst onbenullig zaken blijven je bij en weten van geen wijken terwijl weer andere, aanzienlijk belangrijker zaken nog voordat ze de kans krijgen te bezinken je hoofd alweer verlaten met een snelheid al betrof het een kolonie stokstaartjes, op de vlucht geslagen voor het kwaad dat hen dagelijks boven het olijke kopje zweeft. Waarschijnlijker was de vergelijking met een horde mollen vele malen toepasselijker geweest. Helaas gaat die hier niet op. Het portret van een ondergronds levend dier zoals een mol roept bij het publiek een exacter beeld op bij het schetsen van mijn te betreuren bestaan.
Ter zake nu.
U zult zich om bovenvermelde reden mijn gezicht voor kunnen stellen bij het waarnemen van het gezelschap, wetende dat ondergetekende literair nogal eens een draakje met de Portugezen mag steken, dus stelt u zich mijn moeite die tegen heug en meug te moeten onderdrukken eens voor! Vanzelfsprekend haast ik mij erbij toe te moeten voegen, sterker, u op het hart te drukken als ik u verzeker zulks in het geval zeker niet met kwade bedoelingen of vanuit gevoelens van rancune zou hebben gedaan.
Hoe dan ook, het duurde even voordat ik besefte wat de aard van de verschijning was. Het kwam doordat de heer Ferro mij de avond ervoor zijn antwoord gaf op een eerder door mij aan hem gezonden bericht, waarin hij mij meedeelde al de volgende ochtend om negen uur langs te willen komen, om, vergezeld van de Vader van Paderne zoals hij daarin stelde, mij daarmee in de veronderstelling latend dat hij mij, vader van twee zonen, daarmee bedoelde, “deze” op verzoek te analyseren. Met “deze” vermoedde ik dat hij duidde op de kachelkap.

Dat zit zo: eerdaags was de heer Ferro, eerzaam burger van Ferreiras, handwerksman tevens smid van professie, bij mij ten huize voor het afleveren van een door ons bestelde kachelkap. Zo u weet bezat mijn kachel die daardoor voorheen nog stond te nietsnutten geen kap en was om die reden buiten gebruik gesteld. Het was ook nadat de voornoemde heer Ferro na aflevering van de door hemzelf met achterlating van de kap en een riedel humoristisch bedoeld Portugees -de man ondertekend met een knuffel- weer vertrok met zijn door ons onderling vooraf afgesproken honorarium (wij zijn niet gek), toen ik mij herinnerde de man in de vooravond nog snel een bericht te hebben gezonden voor het doen voltrekken van een ander godswonder. Zoals u misschien niet weet bezitten veel Portugese woningen geen stormluiken, dit vanwege het milde klimaat. Vele nachten van langdurig geklepper zorgden er echter voor dat twee ervan inmiddels letterlijk uit hun scharnieren zijn geroest. Herstel is hier geboden en een bericht is immers zo gezonden, zo redeneerde ik.
Of het de morfine was, mijn door de pijn nachtelijk en veelvuldig ijlen in de richting van het urinaal, ik wil er vanaf wezen. Pas toen ik vernam dat het meneer pastoor was die aan het keukenraam stond, begreep ik dat hij het was die bedoeld werd met “de Vader van Paderne”.
Een misverstand, zult u zeggen. Daarbij blijft het helaas niet. In een bescheiden bericht aan de heer Ferro mijn huis niet vóór november te bezoeken om de brandluiken te onderzoeken om de doodeenvoudige reden dat zulks geen zin heeft omdat ik niet kan lopen, had ik geschreven:
“De kamer waarin ik gelijk een kasplantje een nietig bestaan leidt is een van de ruimtes waar een vuurluik ontbreekt. Om mij daarin te moeten zien existeren is meer dan ik als mens zal kunnen verdragen. Mijn oprechte excuses daarvoor. De verwachting is dat ik tot november zal moeten rehabiliteren zodat ik weer als vanouds zal kunnen lopen. Ik zal u persoonlijk informeren wanneer dit gebeurt.”
U zult mijn schaamte kunnen begrijpen. De man heeft mijn geweeklaag als zijnde letterlijk beschouwd! Desalniettemin beloofde meneer Pastoor nadat ik hem via mijn zoon gerust stelde dat het allemaal niet zo’n vaart zou lopen, een goed woordje voor mij te doen en wanneer ik verlegen zat om hulp, ik maar naar de kerk toe zou hoeven te komen lopen. Het was maar een klein eindje.

 

Met een stevige handdruk, uw toegenegen vriend,

 

Ben Midland

Wil je nog meer van dit soort verhalen lezen? Abonneer je dan op de nieuwsbrief door hier te klikken.

Vind je het leuk te worden voorgelezen? Ben Midland is op YouTube! Klik hier om naar zijn kanaal te gaan.

  

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *